Zagen doe je eigenlijk wel bij ieder werkstuk. Na het overzetten van het ontwerp is het vaak de eerste activiteit die wordt uitgevoerd. Voor het zagen wordt een zaagbeugel gebruikt.
Hieronder de basisstappen van het zagen:
 Kies het juiste zaagje.
De zaagjes zijn er in verschillende dikten van grof (0/0) tot fijn (6/0). Meestal gebruik ik 2/0, 3/0 en 4/0. De benodigde dikte van het zaagje is afhankelijk van de dikte van het metaal dat je gaat zagen. Er moeten altijd minimaal 2 tanden van het zaagje op de dikte van het materiaal passen, anders krijg je last van 'hakkende zaagjes'.
 Zaagje inspannen.
De zaagtanden moeten aan de voorkant zitten met de zaagtanden naar beneden (naar het heft), zet het zaagje eerst aan de kant van het heft vast, duw het uiteinde van zaagbeugel tegen de rand van tafel zodat deze naar binnen buigt en zet het zaagje tegelijkertijd aan de andere kant met de vleugelmoer vast, het uiteinde van de zaagbeugel veert weer terug waardoor het zaagje goed gespannen staat.
 Zaagje invetten met wat smeervet of bijenwas om ervoor te zorgen dat het zaagje soepel op en neer beweegt tijdens het zagen. Hiermee voorkom je dat het zaagje snel heet wordt en daardoor breekt. Breng het vet aan op de achterkant van het zaagje, dus niet aan de kant waar de tanden zitten.
 Leg het werkstuk op of tegen de vijlpen en houd het stevig vast. Maak een beginnetje voor de zaagsnede door het zaagje een aantal malen van boven naar beneden over het metaal te halen. Gebruik eventueel je duim om het zaagje te geleiden.
 Wil je een stuk uit het metaal zagen zonder dat je er vanaf de rand naar toe gaat, boor dan eerst een gaatje in het uit te zagen stuk. Haal de bovenkant van het zaagje los uit de zaagbeugel. Haal het zaagje door het gaatje en span het zaagje weer in. Ondersteun het werkstuk bij het inspannen (je kunt het naar beneden schuiven tegen het heft van de zaagbeugel), zodat er niet teveel gewicht aan het zaagje hangt.
 Zaag met rustige bewegingen naar het begin van het afgetekende ontwerp. Zaag zo precies mogelijk, maar houd wel de buitenkant aan van de lijn die je hebt getekend. Later kun je met de vijl er nog wel wat afhalen en het strak op de lijn afwerken, erbij vijlen gaat niet.
 Moet je rondingen maken houd dan het zaagje verticaal (90 graden) ten opzichte van het metaal. Je hebt dan de meeste bewegingsvrijheid om de bochten te zagen. Een hoek maak je door in de punt van de hoek op en neer te blijven zagen en het werkstuk langzaam te draaien tot de tanden van het zaagje in de richting staan waarin je verder moet. Hierbij krijg je altijd een lichte ronding in de punt van de hoek. Moet de hoek heel scherp en puntig zijn, dan kun je beter vanuit twee richten naar de punt toe zagen.
 Wil je in een rechte lijn zagen, houd het zaagje dan juist wat horizontaler in een hoek van circa 45 graden.
|