Deze ring is een eigen ontwerp.
Ik ben begonnen met het maken van het zetkastje voor de blauwe steen, een carré-vormig facetgeslepen topaas. Het zetkastje bestaat uit twee onderdelen die precies in elkaar passen. De buitenrand en een dieper liggende binnenrand waar de steen op rust. Beiden zijn gemaakt van een zilverplaatje van 0,4 mm dik.
Het is vrij lastig om het kastje op precies de goede maat te maken. Een rond kastje kun je wat makkelijker nog achteraf aanpassen, deze moet vrijwel in één keer goed zijn.
De strook zilver wordt op de plaatsen waar hij gebogen moet worden ingezaagd en gevijld met een driehoekige naaldvijl. Vooraf natuurlijk heel goed meten en aftekenen. Vervolgens wordt hij in de juiste stand gezet. De naad en ook de hoeken worden voor de stevigheid gesoldeerd.
Daarna heb ik een basisring gemaakt van schenenband met een breedte van 4 mm en een hoogte van 2 mm.
Het kastje moet in de ring verzinken. Daarom heb ik een stuk uit de ring gezaagd ter breedte van het kastje. Recht naar beneden zagen en recht vijlen, zodat het kastje er precies tussen past. De onderkant van het kastje komt gelijk met de binnenkant van de ring, vervolgens solderen.
Na het solderen en afkoken heb ik de onderkant van het kastje een beetje hol gevijld, zodat het meeloopt met de bocht van de ring. De zijkant van het kastje aan de bovenkant van de ring (de zetrand) heb ik nog wat dunner gevijld, zodat hij straks bij het zetten van de steen soepeler buigt.
De finishing touch is het schuren en polijsten van de gehele ring en natuurlijk als laatste het zetten van de steen. Ik heb de ring op een tribulet geschoven, om zo twee handen vrij te hebben bij het zetten. Het zetrandje wordt over de steen heen gewreven. De hoeken worden als laatste extra aangeduwd door met een heel klein hamertje op het zetstaal te tikken.
Als laatste nog een keer licht polijsten en de ring is klaar.
|